Selecteer een pagina

Een paar weken voor mijn website gelanceerd werd, paste ik de naam van mijn Facebook pagina aan zodat deze overeenstemt met mijn website. Ik had besloten dat ik onder mijn meisjesnaam wil schrijven, simpelweg omdat er bijna 40.000 mensen in ons land Bos heten, en maar ongeveer 2.500 mensen Spaan. Het was mijn enige argument, verder was ik met beide namen even tevreden geweest. Dat namen wel degelijk van grote betekenis kunnen zijn, schreef ik in onderstaande opdracht voor de Schrijversacademie. Deze tekst van maximaal 1.200 woorden moest aan een aantal voorwaarden voldoen, maar dat is nu niet van belang. Lees het maar, en vraag je eens af: what’s in a name?

Frank Lukken

‘Mijn naam is Lukken.’ Op het moment dat hij de laatste woorden uitsprak, voelde hij een zweetdruppel op de haargrens in zijn nek. Wat had hij gezegd, was het hen ook opgevallen? Vast. Bij binnenkomst had hij onbewust het aantal lege stoelen geteld en hij concludeerde dat hij door zesentwintig paar ogen werd aangekeken. Het hadden er zevenentwintig moeten zijn.
    ‘Vorig jaar hadden jullie les van collega Ketelaar, in dit eindexamenjaar mag ik jullie voor het havo examen wiskunde klaarstomen.’ Zijn blik bleef rusten op een lege stoel. Er werd niet meer over gesproken, een onzichtbare afspraak die de directeur het team kalm doch dwingend had opgelegd. ‘En we hebben geen tijd te verliezen, pak je boek erbij op pagina vijftien.’
    Na thuiskomst van de eerste schooldag van het nieuwe schooljaar kostte het hem twee uur om de volgende les voor havo vijf voor te bereiden. Zoals de laatste jaren gebruikelijk was geworden, werd hij geacht de bende van Ketelaar op te ruimen. De cijfers van vorig jaar logen er niet om. Voor het vierde jaar op rij nam hij zich voor dit aan te kaarten bij de directie, tegelijkertijd wist hij dat hij het voor de vierde keer niet zou doen.
    Frank Lukken werkte die avond door tot zijn zware oogleden hem beletten nog letters van cijfers te onderscheiden. Hij vond het geen probleem. Ten slotte was het de meest zinvolle invulling van zijn tijd die hij kon bedenken.
    Ondanks zijn vermoeidheid viel hij niet direct in slaap. Zeven minuten duurde het gemiddeld voor de mens in slaap viel, wist hij. Bestond er een gemiddelde mens vroeg hij zich af? En zou hij er dan zo een zijn? Hij noteerde deze gedachte in een schrift, het was interessant daar nog eens over na te denken.

Het schoolgebouw was verlaten. De vrijdag voor de kerstvakantie was een dag waarop de meeste collega’s niet wisten hoe snel ze naar huis moesten gaan. Hij had geen haast en legde de toetsen van havo vijf op alfabetische volgorde van achternaam. De stapel paste net in zijn postvakje. Uit de naastgelegen directiekamer klonken stemmen. Hij herkende de stem van de directeur en die van Ketelaar en het klonk niet alsof ze gezellig samen aan de kerstborrel zaten. Hij sloot de deur van de docentenkamer achter zich en mompelde ‘fijne vakantie’ tegen de deur ernaast. Op dat moment zwaaide deze open en liep Ketelaar met stevige passen naar buiten terwijl de directeur hem nariep te denken aan het belang van de reputatie van de school. Hij aarzelde. Met zijn blik op het einde van de gang gericht, waar Ketelaar zojuist uit het zicht was verdwenen, zette hij twee passen richting de directiekamer. Was dit verstandig? Waar bemoeide hij zich mee? Hij draaide zich om, bedacht zich toen en liep de kamer in. Direct had hij spijt. De warmte verspreidde zich vanuit zijn nek naar zijn wangen en hij trok zijn sjaal iets losser.
    ‘Lukken. Jij nog zo laat hier?’
    Hij knikte nauwelijks zichtbaar.
    ‘Wat kan ik voor je doen?’
    ‘Ik wilde…’ Hij staarde naar de foto die in een open dossier op de vergadertafel lag. ‘U fijne feestdagen wensen. Ook voor uw vrouw.’ Het lukte hem zijn baas aan te kijken voor hij de kamer verliet.

Kerstavond was nooit zijn favoriete avond geweest. Eigenlijk kon die hele kerstvakantie hem gestolen worden. Oud en nieuw was ook zoiets. Waarom dan opeens terugkijken op het afgelopen jaar en plannen maken voor het nieuwe? Was dat niet een doorlopend proces dat elke dag weer opnieuw begon? Het vermogen tot zelfreflectie was een gave van de mens, had hij altijd gedacht. Steeds vaker vroeg hij zich af of het wellicht ook een belemmering zou kunnen zijn.
    Hij at zijn avondmaaltijd terwijl hij nadacht over de woorden die voor Ketelaar bestemd waren geweest. Denk aan de reputatie van de school. Zou Ketelaar die reputatie kunnen beschadigen? Hoe dan? Het ging hem niets aan natuurlijk. Zijn mening in kwesties als deze werd niet op prijs gesteld. Heel even lachte hij hardop om zijn eigen gedachte. Waarom kon hij niet gaan kijken? Een keer doen wat niemand van hem zou verwachten? De tinteling in zijn lijf breidde zich uit van zijn buik naar zijn ledematen en hij stond op om niet langer stil te hoeven zitten. Hij wist de cijfercode van het slot van de laatste fysieke archiefkast op school. De directeur vond het geen probleem dat hij de code wist, natuurlijk niet, want hij zou hem toch nooit gebruiken. ‘De dag dat Lukken het lef heeft over de schreef te gaan, gaan wij met zijn allen nooit meemaken,’ had de directeur tijdens een vergadering grappend gezegd. Dat viel nog in het niet bij de opmerkingen over zijn vrijgezelle status. ‘Welke zichzelf respecterende vrouw wil er nu Miss Lukken genoemd worden?’ deed het nog altijd goed op personeelsborrels.
    Er was unaniem voorgestemd op het voorstel hem toegang te geven tot alle fysieke en digitale dossiers, uiteraard alleen voor noodsituaties. De onderliggende boodschap dat ongeoorloofd gebruik hem zijn baan zou kosten, was duidelijk geweest. Viel dit onder een noodsituatie?

Het loeiende alarm werkte op zijn zenuwen. Welke kleur had de dossieromslag gehad? Als hij zelfs dat niet kon onthouden… Toen het uitschakelen van het alarm bij de derde poging definitief was mislukt, wist hij dat hij nog ongeveer een kwartier de tijd had voor de directeur het schoolgebouw zou bereiken. Voor die tijd moest hij weg zijn. Met de man had hij nooit een discussie over enig onderwerp aangedurfd, laat staan dat hij een discussie over Ketelaar zou kunnen winnen.
    De correspondentie in het groene dossier was duidelijk. De reputatie van de school, gonsde het door zijn hoofd terwijl hij driftig de camerafunctie van zijn mobiel inschakelde. ‘Reputatie,’ zei hij nu hardop, ‘die man is gestoord!’ Hij woelde met zijn handen door zijn haar, alsof het na een storm weer in model gebracht moest worden.
    ‘Lukken! Wat ben jij in hemelsnaam…’
    Hij keek recht in de ogen van zijn werkgever. Hij keek en zweeg. De tinteling die hij thuis in zijn ledematen had gevoeld kwam heftiger terug. Hij keek en zweeg nog steeds, terwijl de tierende man tegenover hem struikelde over zijn woorden. Om zijn mond verscheen een glimlach.

Hij controleerde alle bureauladen op het moment dat een vrouw het wiskundelokaal binnenkwam dat de afgelopen vijf jaren zijn werkplek was geweest. Haar naam kwam hem niet bekend voor.
    ‘Bent u de wiskundeleraar die ontslag genomen heeft? De conciërge heeft me hier naartoe gestuurd.’
    Hij knikte.
    ‘Fijn, dan ben ik goed. Ik werk voor De Gelderlander. Klopt het dat u heeft ontdekt dat de directie een leerling van deze school heeft verwijderd nadat zij een klacht tegen een docent had ingediend?’
    Hij knikte weer.
    ‘En klopt het ook dat er grof geld is betaald om dit binnenskamers te houden?’
    De glimlach op zijn gezicht moest haar ook zijn opgevallen en hij begreep haar verbazing. Kort en bondig vertelde hij de vrouw wat ze weten wilde.
    De vrouw schreef driftig mee. ‘Mag ik u citeren? Wat was uw naam ook al weer?’
    ‘Dat mag zeker.’ Hij wachtte even voor hij verder ging. ‘Lukken. Lukken is mijn naam.’

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *