Heb jij Koning van Katoren ook gelezen? Koning van Katoren is geschreven door Jan Terlouw en behoort tot de klassiekers van de Nederlandse jeugdliteratuur. Het is o.a. bekroond met een Gouden Griffel.
Het verhaal gaat over Stach, die ervan droomt om koning van het land Katoren te worden. De ministers die het land besturen sinds het overlijden van de oude koning, geven Stach zeven opdrachten. Als hij erin slaagt die te vervullen, wordt hij de nieuwe koning van Katoren, zo beloven ze…

Samen met Bibliotheek De Achterhoekse Poort organiseer ik een schrijfwedstrijd voor kinderen van 8 t/m 11 jaar! Hiervoor heb ik het begin van een verhaal geschreven, waarin Stach na het afronden van de 7e opdracht nog een 8e opdracht krijgt.
Verzin jij hoe Stach deze nieuwe opdracht gaat oplossen? Doe dan mee met deze wedstrijd!

Alle informatie over de deelname vind je hier en dit is het verhaal dat jij mag afschrijven:

 

Stach springt uit bed zodra hij wakker wordt. Het is gelukt! Gisteren heeft hij de zevende opdracht
volbracht en vanaf vandaag is hij de koning van Katoren. Met een gevoel van opwinding in zijn buik
rent hij de trap af. Zijn oom Gervaas zit aan de ontbijttafel en kijkt minder vrolijk dan hij.
‘Wat is er aan de hand, oom Gervaas?’ vraagt hij.
Oom Gervaas antwoordt niet en schuift alleen een stuk papier naar de rand van de tafel. Het is een
brief van de ministers. Zij feliciteren hem met het volbrengen van de zevende opdracht, maar omdat
Stach eergisteren jarig was en achttien jaar is geworden, zijn zeven opdrachten niet meer voldoende,
zo schrijven ze. Stach dient zich om negen uur precies te melden bij de ministerraad om een achtste
opdracht in ontvangst te nemen.
‘Dat is zo oneerlijk.’ Stach zucht diep en gaat naast zijn oom zitten. ‘Maar ik zal die achtste opdracht
ook voltooien. Een echte koning draait zijn hand niet om voor een opdracht meer of minder.’

Precies om negen uur wordt Stach binnengelaten in de vergaderkamer van de ministerraad.
‘Zo,’ begint De Seer, minister van Ernst.
‘Goedemorgen Stach,’ zegt Zuiver, minister van Reinheid. Hij kijkt naar Stachs handen.
Stach vouwt ze snel tot vuisten, zo kan Zuiver niet zien of er misschien zand onder zijn nagels zit.
‘Laten we ter zake komen.’ Pardoes, minister van IJver, houdt niet van tijd verspillen. ‘We hebben
een achtste opdracht voor je, Stach. En ook al ben je inmiddels achttien jaar, ook dan is deze
opdracht niet te volbrengen.’
‘In alle eerlijkheid adviseren we je dan ook ervan af te zien en weer terug te keren naar je oom,’ gaat
Regtoe, minister van Eerlijkheid, verder.
Broeder en Walsen knikken. Broeder is minister van Deugd en Walsen is minister van Regelmaat en
Orde.
‘Vertel me de achtste opdracht en ik zal hem volbrengen,’ zegt Stach. Hij kijkt naar Pardoes,
waarschijnlijk krijgt hij dan het snelst te horen wat hij deze keer moet doen.
‘Oké dan.’ Pardoes schuift hem een treinkaartje toe. ‘Dit is een enkeltje naar de stad Influtia. De
achtste opdracht luidt: stop de overstromende fontein van Influtia.’
De zes ministers schuiven tegelijkertijd hun stoelen naar achteren en staan op. Stach begrijpt dat
hiermee de bijeenkomst is afgerond en dat hij moet vertrekken.

De volgende dag stapt Stach uit op het treinstation van Influtia. Hij wandelt van het station naar het
stadscentrum. Bij de vorige opdrachten heeft hij elke keer als eerste contact gezocht met de
burgemeester van de stad en dat is hem goed bevallen.
Verbaasd blijft hij midden op straat staan als hij een voorbijganger tegenkomt. Het is een man met
een pak dat lijkt op een pak dat diepzeeduikers altijd dragen. Daarnaast heeft de man een duikbril op
zijn voorhoofd met een snorkel die naast zijn gezicht bungelt. De man loopt hem voorbij en ook Stach
vervolgt zijn weg. ‘Wel verdraaid,’ zegt hij hardop. Op de stoep staat een man met normale kleren,
maar met zwemflippers aan zijn voeten. De man staat met zijn rug naar Stach toe, en bekijkt de
etalage van een winkel. ‘Loopt dat fijn?’ roept hij naar de man, maar die reageert niet. Stach loopt
ernaartoe. Hij ziet dat het een watersportwinkel is, waar verschillende opblaasbootjes in de reclame
zijn. Nu ziet hij ook waarom de man hem niet hoorde: hij heeft oranje oordoppen in zijn oren. Stach
heeft ze zelf ooit gebruikt toen hij oorpijn kreeg tijdens zwemles.
Hij volgt zijn weg naar het centrum van de stad en heeft geluk. Een bordje met gemeentehuis erop
wijst hem de goede richting.

‘Ben jij het echt? Ben jij Stach uit Wiss?’ De burgemeester kijkt hem met grote ogen aan. ‘Stach, ik
waardeer het heel erg dat je naar Influtia bent gekomen om het probleem van de fontein op te
lossen. Maar het zal je niet lukken. We hebben alles al geprobeerd, het is onmogelijk.’
‘Kunt u me meer vertellen over de fontein, burgemeester?’ vraagt Stach.
‘Jazeker. Dat kan ik. Laten we ernaartoe gaan. Dan kun je de fontein ook zien.’
Onderweg naar de fontein vertelt de burgemeester welk probleem de stad al sinds mensenheugenis
teistert. Het water van de fontein stroomt uit een natuurlijke bron. Op onaangekondigde momenten
overstroomt hij met onvoorstelbare kracht. Alle straten van Influtio staan dan onder water, auto’s
drijven door de straten en huizen lopen onder. Bouw- en waterkundigen hebben van alles
geprobeerd. Er zijn putten geslagen, kanalen gegraven om het water af te voeren en dammen
gebouwd, maar elke oplossing lijkt tot gevolg te hebben dat het water van de fontein nog harder
gaat stromen.
‘Dit is de fontein. De laatste overstroming was vorige week zondag. Er kan elk moment een nieuwe
overstroming komen. Laten we snel teruggaan. Je kunt bij mij thuis logeren, maar vergeet niet de
zandzakken voor de deur te zetten als je de woning verlaat. Succes, Stach. Ik hoop met heel mijn
burgemeestershart dat je een oplossing voor Influtia kunt bedenken.’
Stach wrijft met zijn hand over zijn kin en kijkt nog even achterom naar de fontein voor hij met de
burgemeester meeloopt. ‘Dat hoop ik ook, burgemeester,’ mompelt hij.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *