Op dit moment is de schrijfwedstrijd van Uitgeverij LetterRijn in volle gang. Veel schrijvers broeden op een kort verhaal met het thema ‘Blind vertrouwen’ met als doel gepubliceerd te worden in de verhalenbundel. Ook ik ben inmiddels een eind op weg. Vorig jaar was het thema ‘Met de beste bedoelingen’ en schreef ik het verhaal ‘De juiste papieren’. Het heeft de verhalenbundel niet gehaald, maar je kunt het op deze plek nu alsnog lezen!

De juiste papieren

Aan het af en toe knipperende rode lampje zag ze dat de radio aanstond. Elke muzikale noot werd echter volledig overstemd door het lawaai dat het voertuig maakte. Behalve een prominent aanwezig motorgeronk, rammelde het vehikel aan alle kanten. Elke kuil in de weg en elke steen of tak waar niet voor werd uitgeweken, zorgde ervoor dat Katarina niet in slaap viel.
Ze snoof minachtend om haar eigen gedachten; alsof ze op dit moment zou kunnen slapen. Haar hoofd was zo onrustig, dat zelfs drijven op een luchtbed op een kalme zee niet zou volstaan.
Van de omgeving genieten, dat was haar aangeraden, toen ze deed alsof ze voor vakantie naar deze uithoek zou afreizen. Nu was ze op haar weg terug en kon ze zeggen dat ze het goed had ingeschat.
Ze keek door het stoffige raampje dat op een kier stond en niet meer verder open gedraaid kon worden. Het verbaasde haar hoe groen het hier nog was. De grond oogde dor en droog, maar was blijkbaar niet te droog om struiken te laten groeien. De struikjes met donkergroene blaadjes hadden venijnige stekels, vandaar dat ze niet kaal gegeten waren. Misschien kon ze er een paar takken van plukken en naar Nederland mee terug nemen om aan haar te geven.
Katarina haalde een flesje water uit haar rugzak, het was al vroeg warm vandaag. Het asfalt was opgehouden en de weg was overgegaan in een zandweg. Het spoor van afval gaf de berm een troosteloos uiterlijk. Er naderde een afslag naar rechts. Ze twijfelde of ze het verfrommelde kaartje onderuit haar tas zou proberen te vissen of zou gokken dat er een bordje stond. Ze besloot het laatste. De auto minderde vaart en de man die zo aardig was haar een lift te geven, liet de auto in de berm tot stilstand komen. Hij stak zijn hand naar haar op, als teken dat de lift hierbij was geëindigd.
‘Thank you very much,’ zei Katarina met luide stem, om de autogeluiden te overtreffen. ‘Hvala!’ probeerde ze toen Engels niet leek te werken.
De man knikte en stak nog een keer zijn hand op, toen Katarina de autodeur achter zich dichtgooide. Ze liep naar het kleine verkeersbord; “zračna luka 2.5 km” las ze tevreden en ze zette haar wandeling in.

Katarina blies langzaam uit. Onbewust had ze haar adem ingehouden toen het vliegtuig opsteeg. Met gesloten ogen legde ze haar hoofd tegen de leuning. Het was gelukt. Het weerzien na tweeënhalf jaar had haar meer gedaan dan ze wilde toegeven en slapen was misschien voor nu het beste. Ze verschoof in haar stoel en legde haar hoofd opzij tegen het raampje. Het was nog minder comfortabel dan haar houding van daarnet.
Had ze er goed aan gedaan? Het gezicht van haar vader toen ze zei dat ze zich gerealiseerd had dat hij gelijk had, stond op haar netvlies gegrift. Had hij gemerkt dat ze loog? Doe normaal Katarina, sprak ze zichzelf in gedachten toe. Toen haar zus vorige maand voorstelde dit jaar samen de feestdagen te vieren, wist ze genoeg. Ze hoefde niet te vragen wie ze met “samen” bedoelde. Daarbij was vragen stellen aan haar zus nooit echt aan de orde geweest, de vragen werden aan haar gesteld en waren doorgaans bedoeld als opdracht, en dat begreep ze maar al te goed. Blijkbaar vond haar zus het tijd dat ze het contact met haar vader zou herstellen.
Zo lang ze zich kon herinneren was Darija degene die de route bepaalde, degene die altijd succesvol was, degene aan wie zij een voorbeeld had moeten nemen. En dat laatste had ze gisterenavond openlijk bevestigd aan haar vader. Ze had haar best gedaan zijn opmerking dat Darija nooit helemaal naar zijn geboortedorp had hoeven liften, te negeren. Katarina zuchtte. Volgende maand zou ze Darija zien en haar kunnen vertellen dat het gelukt was. Natuurlijk wist ze best dat haar vader waarschijnlijk vandaag al zijn lieveling zou bellen en zou vertellen dat haar minder geslaagde zus bij hem was geweest, helemaal in Kroatië. Dat het eindelijk leek of ze verstandig was geworden, dat ze hem gelijk had gegeven en zelfs haar excuses aangeboden had. Waarschijnlijk zou hij erbij zeggen dat hij zich afvroeg hoe lang het goed zou gaan. Maar ze zou tegenover Darija doen alsof ze dacht dat zij de eerste was die haar vertelde over haar poging tot het verbeteren van haar leven. Misschien dat ze dan, voor het eerst, een greintje respect op haar gezicht zou zien. Misschien dat ze zelf ook iets zou kunnen voelen wat op genegenheid leek?

Darija parkeerde haar auto en bleef nog even zitten. Ze kwam niet zo vaak bij haar jongere zus, hooguit twee keer per jaar en deze keer had zowaar Katarina haar gevraagd te komen eten. Hun band was nooit slecht geweest, maar hecht was het andere uiterste. Waarschijnlijk kwam het door het grote leeftijdsverschil tussen hen, dacht ze en ook haar neiging tot moederen over haar tot aan haar studententijd toe, had het er niet beter op gemaakt. Helemaal ontspannen voelde ze zich niet en ze wist hoe dat kwam. Ze nam zich stellig voor haar goedbedoelde hulp en raad niet ongevraagd aan te bieden, ook al had ze die raad altijd met de beste bedoelingen gegeven.
Katarina keek haar met grote ogen aan toen ze de deur opende. Haar wangen gloeiden.
‘Ik weet het, ik ben een beetje te vroeg.’
Uit de keuken klonk het geluid van gloeiendheet water dat sissend terecht kwam op een koude ondergrond.
‘Shit, ik moet…’ Katarina maakte haar zin niet af en rende naar de keuken.
Darija sloot de voordeur en liep achter haar aan. ‘Stoor je niet aan mij, alle tijd. Ik pak zo een glas water en bemoei me verder nergens mee.’ Ze leunde tegen de muur en keek naar de chaos op het aanrecht.
Katarina vond ergens een courgette en begon te snijden. ‘Dobbelsteentjes van een centimeter,’ lichtte ze toe zonder Darija aan te kijken. Het mes sneed steeds sneller en harder door de groenten en het geluid waarmee het mes de snijplank raakte, deed denken aan een houthakker die zijn hakblok doet splijten. Ze blies een pluk haar van haar voorhoofd. De laatste dobbelsteentjes van minstens twee centimeter werden gevolgd door tomaten en champignons. Met één veeg schoof Katarina de groenten van de snijplank in de kom. Ze vloekte. Darija opende haar mond, maar sloot hem weer. Met haar handen veegde Katarina de groenten die naast de kom gevallen waren snel bij elkaar en gooide het bij de rest, terwijl ze ondertussen haar ogen over de chaos liet gaan. Ze tilde de ovenschaal op en zette hem weer neer, schoof de keukenmachine aan de kant en weer terug, graaide tussen de groenten en verpakkingen van pasta en kaas. ‘Ben ik nou gek?’ vroeg ze zich hardop af.
Darija pakte het recept van de keukenvloer en reikte het Katarina aan. Haar voorstel om te helpen, slikte ze in. ‘Ik heb twee kaartjes voor Appelpop voor ons gekocht.’
Haar zus reageerde niet en veegde haar handen af aan een theedoek die haar handen eerder vuil dan schoon maakte.
‘Voor de zaterdagavond. Dan blijf je bij mij slapen, want zo laat nog naar huis lijkt me geen goed plan.’ Darija draaide met de ring om haar middelvinger. ‘Als je wilt natuurlijk.’
‘Jij naar Appelpop?’
‘Nou ja, ik weet dat jij het leuk vindt en misschien moet ik ook eens zoiets proberen…’
Katarina haalde haar schouders op. ‘Gaaf.’ De intonatie en de inhoud van het woord hadden niet meer kunnen verschillen.
Darija probeerde haar zucht zo stil mogelijk uit te blazen. Misschien moest ze ook gewoon niet te veel tegelijk willen. ‘Zal ik de borden op tafel zetten?’

‘Ik wist wel dat je een duwtje in de goede richting kon gebruiken.’ Darija schoof haar stoel iets verder aan.
Katarina knikte. Natuurlijk vond Darija dat zij zelf in deze kwestie degene was die de complimenten verdiende. De bedenker van het plan. Misschien was bevelhebber een betere omschrijving. Kort had ze verslag gedaan van het bezoek aan haar vader en dezelfde leugen verteld. Het ging haar steeds makkelijker af. Ze vertelde zonder haperingen over haar conclusie dat haar vader en Darija gelijk hadden gehad. Dat haar vijfde contract voor bepaalde tijd bij haar derde werkgever niet verlengd werd, had daar ook aan bijgedragen. Altijd had haar vader gehamerd op een goede opleiding, want zonder de juiste papieren zou ze er niet komen. Vanaf nu zou ze het allemaal anders gaan doen, een serieuzer leven gaan leiden, verstandiger; net als Darija en zoals haar vader altijd al graag had gewild. Ze had haar excuses aangeboden voor hun ruzie anderhalf jaar geleden, toen ze schreeuwde dat ze niet eens meer wilde dat haar vader trots op haar zou zijn, omdat ze toch nooit maar in de buurt kon komen van haar altijd zo perfecte zus. Ze slingerde woorden naar zijn hoofd die je niemand toewenste en besloot haar relaas met de vraag of hij spijt had dat ze geboren was. Venijnig had ze toegevoegd dat zij anders wel spijt had dat ze zijn dochter was.
Wat ze nog meer met haar vader had besproken, liet ze weg.
‘Wat fijn…’ Darija leek er geen woorden voor te hebben, iets wat Katarina onbekend was. ‘Het is voor jezelf ook veel beter dat je dit hebt uitgepraat natuurlijk. Zulke fouten blijven invloed hebben op je dagelijkse leven en je functioneren.’
Katarina haalde een seconde haar wenkbrauwen op. Natuurlijk, het waren alleen haar fouten als het aan haar zus lag. ‘Zal ik opscheppen? Het staat al bijna tien minuten koud te worden.’ Zonder haar zus aan te kijken en haar reactie af te wachten, stak ze de lepel in de pastaschotel. Harder dan de bedoeling was, schepte ze haar specialiteit op hun borden. Ze schraapte wat achtergebleven saus uit het lege gedeelte van de schaal en deed die op het bord van Darija. ‘Dan proef je de saus nog wat beter.’ Zelf nam ze een grote hap en kauwde traag. ‘Precies goed.’ Ze richtte haar blik kort op haar zus toen die haar eerste hap nam. ‘Ik pak nog even wat extra kaas.’ Ze stond op en liep naar de keuken. De kamerdeur sloot ze zachtjes achter zich.
Ze draaide de kraan ver open en hield haar polsen onder het koude water. De spetters op haar shirt negeerde ze. Ze liet haar blik door de keuken gaan en stopte bij de tas van haar zus die op aan een keukenstoel hing. Op haar horloge sprong de acht naar een negen, hoeveel minuten moest ze nog wachten?
‘Katarina!’
Op Katarina haar gezicht vormde zich een glimlach. Haar hartslag versnelde en even haalde ze haar schouders op. Dit was onvermijdelijk, het was niet anders. Ze greep nog snel de kaas van het aanrecht en liep toen terug naar de kamer.
‘Riep je mij?’ Ze bleef in de deuropening staan. Stoïcijns keek ze naar de opzijgeschoven stoel. Op de vloerbedekking lag een kwart pastamaaltijd. Natuurlijk, ook nu wist haar zus haar een extra lading werk te bezorgen. Zou ze het nog schoon krijgen?
‘Mijn… tas…’
Katarina trok haar wenkbrauwen alsof ze niet wist wat Darija bedoelde.
‘Pen…’
Katarina zweeg. Ze zette twee stappen om de tafel en bleef met de neuzen van haar sneakers voor het gezicht van Darija staan. ‘Je ligt aan mijn voeten. Dat ik dat nog eens mee mag maken.’ Ze bekeek het angstige gezicht eens goed; was het de angst of de zwelling die het zo lelijk maakte? Darija stootte een klank uit. Zelfs als Katarina het zou willen, kon ze er niets van maken. ‘Ik denk dat je mijn hulp nodig hebt, grote zus.’ Ze zette haar vuisten in haar zij. ‘Maar je hebt geknoeid met je eten, ik moet eerst mijn vloerbedekking schoonmaken. Of zal ik eerst even kijken of je adrenaline-pen in je tas zit? Waar is je tas eigenlijk?’ Ze schudde haar hoofd. Het lichaam dat op de grond lag, bewoog ongecontroleerd. ‘Blijf nou gewoon stil liggen, stel je niet zo aan.’
In de keuken haalde Katarina de adrenaline-pen uit Darija haar tas en stopte hem in een lege chipszak  voor ze hem in de afvalbak gooide. De lege familiezak pinda’s duwde ze er bij in voor ze de vuilniszak uit de afvalbak haalde, dichtknoopte en buiten in de afvalcontainer achterliet. Ze neuriede toen ze de afvalbak van een nieuwe vuilniszak voorzag.

‘Erg fijn dat je me kon ophalen van het vliegveld.’ Katarina hield haar gezicht van haar vader weggedraaid toen ze tegen hem sprak. Ze keek door het autoraam, ook al zag ze weinig door het opwaaiende stof; het leek minder groen dan anderhalve maand geleden. Het was de derde keer in korte tijd dat ze elkaar zagen. Toen haar vader twee weken geleden voor de begrafenis van Darija in Nederland was geweest, had hij haar uitgenodigd naar Kroatië te komen. Het leek haar goed daar niet te lang mee te wachten. ‘Toch blijft het onvoorstelbaar, dat Darija zo heftig reageerde. Vind je ook niet? Er zaten niet eens pinda’s in het recept, dus het moet een minimaal spoor geweest zijn.’
Haar vader zweeg.
‘En als je zo ontzettend allergisch bent, dan zorg je toch dat je iets van een pen bij je hebt? Hoe heet dat ook al weer?’ Of was je oogappel misschien niet zo slim als je altijd dacht, voegde ze er in gedachten aan toe. Ze wist dat ze het nooit hardop kon zeggen en zweeg.
Ruim een uur reden ze zonder te praten en pas toen een scheef hangend bord aan de kant van de weg aangaf dat ze nog slechts zes kilometer van het dorp Jesenice verwijderd waren, probeerde Katarina het gesprek opnieuw te starten. Hoe kon ze het nu zo subtiel mogelijk het goede onderwerp aansnijden? Ze ging verzitten op haar stoel, begon met: ‘Heb je…’ en stopte weer.
Haar vader keek even opzij en richtte zijn blik weer op de weg toen hij een brommer inhaalde.
‘Ik ben blij dat het weer goed is tussen ons.’ Katarina besloot dat ze geduld moest hebben, ze was hier ten slotte nog vier hele dagen. Haar vader kneep even in haar hand. Hij had een goede vader kunnen zijn, dacht ze. ‘Zullen we morgen langs de kust naar Ducé wandelen?’ Op je vaste werkdag in de haven, vulde ze in gedachten aan.
‘Niet op donderdag. Juraj en Barto rekenen op me.’
‘Ach natuurlijk, niet aan gedacht.’
‘Je kan alleen gaan. Ik ben er pas na zessen weer.’
Katarina humde instemmend. ‘En dan kook ik voor je. Als je thuis komt, kun je aanschuiven.’ Ze schonk haar vader een glimlach. ‘Gezellig.’

Het was niet moeilijk de papieren te vinden, dacht Katarina, tenslotte wist ze naar welk logo ze zocht. Toch viel het tegen. Haar vader was niet bepaald georganiseerd als het op dit soort zaken aankwam. Ze begon aan de lades van het dressoir; ze moest zeker weten dat haar vader daadwerkelijk geregeld had, wat ze met hem had besproken toen ze de vorige keer hier in Kroatië was. De laatste lade. Haar adem stokte toen ze in het gezicht van haar moeder keek. Dezelfde foto als die op het nachtkastje van haar vader in een bruin houten lijstje stond, lag op twee stoffen fotoalbums. Katarina zuchtte. Al bijna dertien jaar geleden was haar moeder plotseling overleden. Haar moeder, die haar wel begreep, die de discussies suste als haar vader weer eens een preek afstak over het vergooien van haar toekomst. Een jaar na haar dood was haar vader teruggekeerd naar zijn geboorteland. Als haar moeder zou weten waar haar jongste dochter mee bezig was… Met de rug van haar hand veegde ze de traan van haar wang en ze sloot de lade.
Katarina liep door de kleine woning en keek rond alsof ze er niet eerder was geweest. De buffetkast in de keuken had twee houten deurtjes. ‘Het zou kunnen,’ zei ze tegen de lege ruimte. Het sleuteltje knarste in het slot toen ze het omdraaide. Op de bovenste plank stond een verzameling van niet bij elkaar passend serviesgoed, terwijl de onderste was volgepakt met oude dozen. Al in de eerste doos vond Katarina wat ze zocht. De bovenste envelop was minder verkleurd en gekreukt dan de overige en dat gaf haar hoop. Ze haalde de inhoud eruit en scande de eerste pagina. Haar Kroatisch was niet erg goed, maar de data en de namen die ze las, begreep ze heel goed. Zoals ze hadden afgesproken. Haar vader had zich aan zijn woord gehouden constateerde ze tevreden. Hij had zijn beslissing van twee jaar geleden haar te onterven teruggedraaid.
Toen viel haar oog op de rode letters bovenaan de eerste pagina: “koncept”. Ze pakte haar mobiel maar legde hem ongebruikt weer weg. Natuurlijk betekende dit “concept”, daar hoefde ze geen vertaling van op te zoeken. Ongeduldig zocht ze in de stapel naar nog een recente envelop van de notaris, in de hoop daarin een definitieve akte te vinden. Tevergeefs. Een paar minuten dacht ze na. Er zat niets anders op; ze moest echt naar Ducé lopen.

De wandeling naar Ducé duurde een uur en drie kwartier. Ze grinnikte om haar idee dat liften een ideale manier was geweest; ze zag haar vader al afkeurend zijn hoofd schudden.
Het notariskantoor was gevestigd in een klein pand aan de enige doorgaande weg in het dorp. De secretaresse achter de balie groette vriendelijk toen Katarina binnenkwam.
Onderweg had ze geoefend op haar verhaal. Haar begroeting deed ze natuurlijk in het Kroatisch en ook vertelde ze in haar vaders moederstaal wie ze was. Daarna schakelde ze over op Engels en legde de secretaresse uit dat haar vader vanwege een verhuizing al zijn administratie aan het uitzoeken en sorteren was. Haar vader kon alleen deze concept akte van zijn testament vinden, ging ze verder en hij wilde graag weten of dit exemplaar ook definitief was geworden, zodat hij andere versies kon vernietigen.
De secretaresse begon over privacy, zoals Katarina wel had verwacht. Ze knikte begrijpend en liet haar eerst uitpraten, waarna ze benadrukte dat ze ook geen inzage wenste in stukken van de notaris. Het enige wat ze wilde was slechts een bevestiging dat de papieren die zij nu bij zich had, de juiste papieren waren.
De secretaresse keek nog even bedenkelijk en vroeg toen om een moment geduld. Het geratel op het toetsenbord leek eindeloos te duren. Katarina ademde diep in en tikte met haar vingers op haar dijbeen tot ze het antwoord kreeg dat ze wilde horen: ‘These are the right papers, madame.’

Katarina keek uit het keukenraam de straat in. Tien voor half zeven was het inmiddels, het kon nu echt niet lang meer duren voor haar vader thuiskwam. Ze haalde het deksel van de pan en deinsde naar achteren door de warme damp die haar tegemoet kwam. De geur van verse tomaten en Italiaanse kruiden deden haar denken aan de soep die haar moeder vroeger maakte. Het recept was dan ook in al die jaren nooit veranderd. Op één ding na.
Daar liep haar vader. Hij was nu nog ongeveer honderd meter van het huis verwijderd. Ze liep naar de kamer, vulde de glazen met water en sneed het stokbrood. Zonder om te kijken groette ze hem toen hij binnenkwam. ‘Je kunt aanschuiven hoor, het eten is klaar.’
Haar vader nam plaats aan tafel en stroopte zijn mouwen op. ‘Fijn, Katarina.’
In de keuken roerde ze nog een laatste keer door de pan. Ze schepte twee borden vol met soep, waarna ze het flesje uit haar tas haalde. Het gif dat ze uit vaders schuur had gepakt, werd voornamelijk voor ratten gebruikt, had ze op het etiket gelezen. Dat zou goed moeten gaan, was het niet vandaag, dan wel morgen. Ze roerde de soep in het bord van haar vader nog een keer door.
‘Ik ben blij dat je er bent, Katarina,’ zei haar vader vanuit de kamer.
‘Ik ook pap. Ik ook.’

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *